Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 2

Artikel 5

Schilderwerk

Onderdeel van Nadere regels voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten

1.. Nieuw schilderwerk dient qua systeem, kleur en uitvoering overeen te komen met het historisch juiste schilderwerk; 2.. Het verwijderen van oude verflagen mag niet door middel van afbranden geschieden. Het verwijderen van oude verflagen door middel van hete lucht (föhnen) is wel toegestaan; 3.. Het schilderen van pleisterwerk of natuursteen dient uitsluitend met een glad opdrogende verf te geschieden. In verband met de waterhuishouding in de constructie dient het verfsysteem aan het over te schilderen type pleisterwerk of natuursteen te worden aangepast; 4.. Het afkitten van naden en kieren in kozijnen, ramen, deuren en timmerwerk in de buitengevel dienen te worden opgevuld en strak te worden afgewerkt met een 2-componenten vulmiddel. Naden tussen kozijnen en metselwerk of tussen kozijnen en natuursteen mogen niet worden afgedicht met behulp van 2-componenten vulmiddel, PUR-schuim of kit, dit dient bij grote naden te geschieden met voegmortel die overeenkomt met het overige voegwerk. Kleine naden dienen open te blijven; 5.. Het schilderen van een baksteengevel is in principe niet toegestaan, tenzij dit in het inspectierapport van de Monumentenwacht Overijssel/Flevoland wordt geadviseerd en door het college is geaccordeerd. 6.. Het is niet toegestaan schilderwerk uit te voeren in de periode eind oktober tot eind maart, dit in verband met de overwegend heersende klimatologische omstandigheden. In deze periode mag het houtwerk wel in de grondverf worden gezet;

Rechtspraak bij dit artikel