Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 2

Artikel 7

Dakpannendakbedekking

Onderdeel van Nadere regels voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten

1.. Bij het afnemen van de pannen dienen deze gesorteerd te worden en de bruikbare exemplaren, dat wil zeggen pannen waarvan de levensverwachting 15 jaar of langer is, te worden hergebruikt. 2.. Bij inboeten, geheel of gedeeltelijk vernieuwen van panbedekking moeten nieuw aan te brengen pannen qua vorm, type en kleur overeenkomen met de oorspronkelijke, historisch juiste pannen; 3.. Bij het indekken van het dak dienen de bestaande pannen en de nieuwe pannen in aparte vlakken te worden gelegd. 4.. Indien mogelijk dient het voordakvlak met oude pannen te worden gedekt. 5.. Het dak dient met keramische dakpannen te worden gelegd. Betonpannen zijn niet toegestaan. De toepassing van oud-Hollandse pannen dient in samenhang met DRAKA ventifolie te geschieden. De folie dient bij dakdoorbrekingen en opgaand muurwerk voldoende te worden opgezet. Bij voorkeur dienen oude pannen in plaats van nieuw gebakken pannen te worden toegepast; 6.. Alle aan te brengen keramische dakpannen dienen met de bij de pansoort behorende hulpstukken te worden toegepast; 7.. De nok- en hoekkepervorsten dienen met behulp van een gewapende kalkspecie te worden aangebracht. De mortel kan, indien nodig, iets worden bijgekleurd; 8.. De eventueel toe te passen panhaken dienen in roestvast staal te zijn uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel