Naar hoofdinhoud

PARAGRAAF 2

Artikel 9

Rieten dakbedekking

Onderdeel van Nadere regels voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten

1.. Het nieuw aan te brengen riet dient dun éénjarig riet te zijn met frisgele kleur en een sterke harde dikwandige stengel, behoudens een zeer dunne spreilaag van wat dikker en langer riet; 2.. Er dient inlands riet te worden toegepast, voorzien van certificaat van herkomst. Zogenaamd dullenriet is niet toegestaan. Het heeft een te korte levensduur; 3.. Het riet dient 140 centimeter tot maximaal 180 centimeter lang te zijn, het mag niet op maat gesneden worden zodat de pluimen of het uitgegroeide boveneinde er af gaan, behoudens aanpassing bij de nokafwerking en aansluitingen; 4.. Dakvlakken korter dan 7 meter dienen onder 25 centimeter en boven 22 centimeter dik te zijn. Dakvlakken langer dan 7 meter respectievelijk 28 centimeter en 25 centimeter. Bij dakhellingen minder dan 45o komt er per graad ongeveer 1 centimeter dikte bij; 5.. Er dient gedekt te worden met een zo groot mogelijke slijtlaag, circa 9 tot 10 centimeter en een korte gelijkmatige stoppel. Deze factoren zijn naast dekhelling en situering medebepalend voor de levensduur van het riet; 6.. Bij het dekken van het riet bij voorkeur spandraad nr. 6 gebruiken in roestvaststaal of dubbel gegalvaniseerd en binddraad nr. 18 in roestvaststaal. Gegalvaniseerd draad is hiervoor niet toegestaan, omdat dit op den duur doorroest; 7.. Te vernieuwen deklatten mogen nooit geniet, maar slechts geschroefd of gespij-kerd worden. Bij voorkeur draadnagels met dunne schacht en 80 millimeter lengte. Voorzover er herstelwerk plaatsvindt aan de dakconstructie, dient aangepast te worden op de aanwezige constructie. Dus bezaagde eiken sporen aanhelenmeteiken, rondhoutsporen met rondhout, inclusief de kenmerkende traditionelehoutverbindingen.

Rechtspraak bij dit artikel