Burgers en/of instellingen kunnen in een vergadering het
woord voeren (spreekrecht):
a. bij onderwerpen die geagendeerd zijn voor die
commissievergadering;
b. over onderwerpen die niet geagendeerd zijn voor die
commissievergadering maar wel (voorlopig) geagendeerd zijn
voor de raadsvergadering in diezelfde cyclus;
c. over een brief of ander document dat de raad van de
inspreker heeft ontvangen en dat vermeld staat op de lijst
van ingekomen stukken voor de raadsvergadering in diezelfde
cyclus.
Er kan niet ingesproken worden over:
a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
beroep openstaat of heeft opengestaan;
b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
personen;
c. een gedraging waarover een klacht ingevolge artikel 9:1
Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
uiterlijk op de dag van de commissievergadering aan de
commissiegriffier onder vermelding van zijn naam,
e-mailadres, adres en telefoonnummer en het onderwerp
waarover het woord gevoerd wenst te worden.
De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van
aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde
afwijken, als dit in het belang is van de orde van de
vergadering.
De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem
dit heeft verleend. Voor de uitoefening van het spreekrecht
wordt per persoon maximaal 3 minuten ter beschikking
gesteld. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de
vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende
vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een
inspreker en deelnemers van de vergadering.
De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel
voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 17.
Spreekrecht burgers en/of instellingen
Onderdeel van Verordening raadscommissies Alphen aan den Rijn 2015