Het bevoegd gezag kan een ligplaatsvergunning intrekken of wijzigen, indien:

  • - zich alsnog een van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 4 voordoet;
  • - ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
  • - van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebrek aan een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn van 26 weken;
  • - de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
  • - op grond van een verandering van beleid, omstandigheden of inzichten intrekking of wijziging nodig is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;
  • - sprake is van een verzoek van de houder van de ligplaatsvergunning.