Het bevoegd gezag kan een ligplaatsvergunning intrekken of wijzigen,
indien:
zich alsnog een van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel
4 voordoet;
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
verstrekt;
van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
gestelde termijn dan wel, bij gebrek aan een gestelde termijn,
binnen een redelijke termijn van 26 weken;
de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet
zijn of worden nagekomen;
op grond van een verandering van beleid, omstandigheden of inzichten
intrekking of wijziging nodig is vanwege het belang of de belangen
ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;
sprake is van een verzoek van de houder van de
ligplaatsvergunning.
Artikel 10
Intrekking of wijziging van de ligplaatsvergunning
Onderdeel van WOONSCHEPENVERORDENING AMSTELVEEN 2015