Naar hoofdinhoud

Artikel 40 lid 1 van de Participatiewet

Artikel 40 lid 1 van de Participatiewet

Onderdeel van Beleidsregels Rechtmatigheid Participatiewet Vught

Het recht op bijstand bestaat jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bijstand aan een belanghebbende die niet is ingeschreven in de basisregistratie personen wordt verleend door het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente. Beleidsregel 11 Onder woonstede wordt de woonruimte verstaan waar iemand, gelet op alle omstandigheden, werkelijk en duurzaam woont. Op een camping, een bungalowpark dan wel andere soorten terreinen die volgens het geldende bestemmingsplan, de bestemming “recreatie” hebben, kan een belanghebbende nimmer een permanent hoofdverblijf hebben als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de Participatiewet. Zonder een werkelijk, duurzaam, rechtmatig en permanent hoofdverblijf in de gemeente Vught, kan een belanghebbende nimmer een uitkering aanvragen bij de gemeente Vught noch anderszins een aanspraak maken op welke voorziening dan ook.4. Ook onzelfstandige woonruimte, zoals een gehuurde kamer, kan als woonstede worden aangemerkt als de belanghebbende daar feitelijk, rechtmatig en permanent woont.5. Als een belanghebbende niet (meer) over woonruimte beschikt, heeft hij ook geen woonstede.6. Bij het vaststellen van de woonstede als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid en artikel 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en in artikel 40, eerste lid van de Participatiewet, kunnen de volgende punten van belang zijn: de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (BRP); de inschrijving bij andere registraties; het hebben van een telefoonaansluiting; het verbruik van gas, water en elektriciteit; de plaats waar de belanghebbende pleegt te overnachten; de plaats waar de eigendommen van de belanghebbende zich bevinden; de plaats waar de belanghebbende zijn administratie voert; bij verblijf elders, het bestaan van het voornemen en de mogelijkheid om terug te keren; het aanhouden van eigen woonruimte tijdens verblijf in een inrichting; het opslaan van de inboedel; het (onder)verhuren of in gebruik geven van woonruimte; het gebruik van de woonruimte tijdens een verlofperiode. 7. Door een vooropgezet tijdelijk verblijf elders dan op het adres waar een persoon zijn of haar hoofdverblijf heeft, verliest een belanghebbende niet zijn hoofdverblijf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel