De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van
indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de
agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien
verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag na het
verstrijken van de in artikel 5 lid 2 onder d genoemde termijn en de
dag van de vergadering waarin op het verzoek wordt beslist.
Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4,
onder b, kan de raad het voorstel doorzenden aan burgemeester en
wethouders.
Indien de raad het verzoek toewijst,dan agendeert hij het
burgerinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de
raad en kan daarbij bepalen in welke raadscommissie het voorstel ter
advisering wordt voorgelegd..
De burgemeester nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de
vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De
verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de
gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te
lichten.
Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel
een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door
kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een
van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.
Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
gedaan aan verzoeker.