Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 8

Wijze van heffing en termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2015

1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of via (een webbrowser) via internet inloggen op de centrale computer. 3. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel