**1..** De burgemeester wijst de openbare plaats of plaatsen aan waar cameratoezicht zal plaatsvinden.
**2..** Cameratoezicht mag slechts worden toegepast op openbare plaatsen indien:
er relatief veel strafbare feiten plaatsvinden;
er relatief veel openbare ordeverstoringen plaatsvinden;
er relatief veel meldingen van overlast binnenkomen;
e.e.a. ter beoordeling van de burgemeester op basis van informatie van de politie.
**3..** Aan een besluit als genoemd in artikel 2 van deze verordening dient ten minste één van de volgende doelstellingen ten grondslag te liggen:
afname van het aantal openbare orde verstoringen en/of meldingen van overlast;
(vervallen)
terugdringen van het onveiligheidsgevoel.
**4..** De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie, de periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt.
**5..** De burgemeester informeert terstond na het nemen van het besluit als bedoeld in lid 1 van dit artikel, de raad over de inhoud van het besluit alsmede de redenen welke tot dat besluit hebben geleid.
**6..** De overige bepalingen van artikel 151c Gemeentewet blijven onverminderd van toepassing.
Artikel 3
Voorwaarden toepassing cameratoezicht
Onderdeel van Verordening cameratoezicht gemeente Bodegraven-Reeuwijk