Het CJG is in het kader van de advisering over en de toeleiding naar jeugdhulp bevoegd om persoonsgegevens te verwerken op grond van de Jeugdwet.
Indien het CJG zelf jeugdhulpverlening biedt, kan het CJG haar bevoegdheid om persoonsgegevens te verwerken ontlenen aan artikel 8, onder b van de Wet bescherming persoonsgegevens(behandelingsovereenkomst).
In situaties waarin de voorgaande leden van dit artikel niet voorzien, is het CJG bevoegd om persoonsgegevens, waaronder bijzondere persoonsgegevens, te verwerken op grond van de ondubbelzinnige toestemming van de cliënt, zoals genoemd in art. 8, onder a van de Wet bescherming persoonsgegevens. De toestemmingsverklaring is opgenomen in bijlage 1.
Indien het vitaal belang van de betrokkene in het gedrang is, waarbij de betrokkene dringend is aangewezen op hulp en het vragen van toestemming aan de betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk is, is het CJG bevoegd persoonsgegevens te verwerken op grond van artikel 8, onder d van de Wet bescherming persoonsgegevens.