Voor zover noodzakelijk voor de ondersteuning van de cliënt kunnen de medewerkers en de coördinator van CJG persoonsgegevens van de cliënt aan elkaar verstrekken.
Indien dat voor de ondersteuning noodzakelijk is, kunnen medewerkers en de coördinator van het CJG persoonsgegevens van de cliënt delen met anderen buiten het CJG. De persoonsgegevens worden alleen gedeeld, nadat de betrokkene zijn toestemming heeft verleend voor het delen van zijn persoonsgegevens, tenzij dit bij of krachtens wet anders is bepaald.
De toestemming genoemd in lid 2 blijft achterwege, indien de cliënt in een zeer ernstige situatie verkeert, waarbij deze dringend is aangewezen op behandeling, zorg, onderzoek of een andere interventie die het CJG niet zelf kan bieden en ondanks de inspanningen van het CJG het niet mogelijk is om de toestemming van de cliënt te verkrijgen.
Alvorens er wordt overgegaan tot het verstrekken van persoonsgegevens van de cliënt genoemd in lid 3, vindt er indien mogelijk eerst overleg plaats met minimaal één ander medewerker of de coördinator van het CJG.
Van een verstrekking genoemd in lid 3, wordt een aantekening gemaakt in het bestand met een duidelijke omschrijving van welke persoonsgegevens het betreft, aan wie deze verstrekt worden en de overwegingen die tot het besluit om de persoonsgegevens te verstrekken hebben geleid.
De hoeveelheid aan verstrekte persoonsgegevens van de cliënt dient te allen tijde in verhouding te zijn met de beoogde ondersteuning van de cliënt.