Het college kan aan de persoon uit de doelgroep met een Participatiewet-, IOAW- of IOAZ-uitkering en met de leeftijd van 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd vragen om onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten te verrichten als tegenprestatie voor de uitkering.
De in het eerste lid genoemde onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten moeten passen binnen een op basis van maatwerk opgesteld plan van aanpak dat gericht is op zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, zolang een traject gericht op re-integratie naar betaald werk (nog) niet aan de orde is.
Bij het opstellen en uitvoeren van het in het tweede lid genoemde plan van aanpak worden de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden en het vermogen van de belanghebbende om een tegenprestatie te kunnen verrichten in aanmerking genomen.
Vrijwilligerswerk en mantelzorg merkt het college aan als vormen van tegenprestatie.
Het naleven van de in het eerste lid genoemde tegenprestatie zal gebeuren conform het handhavingsbeleid zoals daarover is vastgelegd in de Maatregelenverordening.
Hoofdstuk
Artikel 15
Tegenprestatie naar vermogen
Onderdeel van Verordening re-integratie Participatiewet (inclusief Tegenprestatie) 2015 gemeente Bunschoten