Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:

Grenzen aan het mandaat, de volmacht en de machtiging

Onderdeel van Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit 2015 gemeente Steenbergen

1.. Bij de verlening van mandaat, volmacht of machtiging houden het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar en de leerplichtambtenaar in zijn algemeenheid rekening met de volgende uitgangspunten: Bestuurlijk/politiek gevoelige zaken komen niet in aanmerking voor mandaat, volmacht of machtiging; Er moet sprake zijn van efficiëntie en tijdwinst; In principe wordt zo laag mogelijk in de organisatie gemandateerd; Besluiten van privaatrechtelijke aard dienen binnen de daartoe bestemde budgetten te vallen waarbij de bepalingen van de budgethoudersregeling in het kader van het budgethouderschap in acht dienen te worden genomen; Onderwerpen die reeds geregeld zijn bij de totstandkoming van de ISD en de OMWB en de daartoe opgestelde aanwijzingsbesluiten, lenen zich niet voor mandaat. 2.. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid komen de navolgende zaken niet in aanmerking voor verlening van mandaat, volmacht en machtiging indien: Het besluit voor de aanvrager van negatieve aard is, uitgezonderd de negatieve besluiten die in dit mandaatbesluit met name zijn genoemd; Advies nodig is van andere afdelingen en/of instellingen en het ontvangen advies niet aansluit op het eigen standpunt c.q. niet tot dezelfde conclusie leidt; Overleg nodig is met de portefeuillehouder en deze te kennen geeft het voorstel aan het college van burgemeester en wethouders te willen voorleggen; Het besluit een afwijking zou inhouden van bestaand beleid; Het besluit overschrijding van budgetten of kredieten zou inhouden; Vóór het nemen van het besluit reeds bezwaarschriften zijn ingediend. 3.. Doet zich één van de onder lid 2 genoemde bepalingen voor, dan wordt het nemen van het besluit overgelaten aan het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan. Dat geldt ook voor de beslissingen op bezwaar die behandeld zijn door de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie conform de Verordening commissie bezwaarschriften Steenbergen 2015. 4.. Hetgeen in het vorige lid, tweede zin, is opgenomen is niet van toepassing op beslissingen op bezwaar die genomen dienen te worden naar aanleiding van bezwaarschriften die zijn behandeld door de ISD, mits de beslissingen op bezwaar overeenkomstig het advies van de commissie bezwaarschriften ISD worden genomen. 5.. Wanneer persoonlijke betrokkenheid van de verkrijger van het mandaat, de volmacht of de machtiging bij de uitoefening van bevoegdheden bestaat, vindt besluitvorming plaats door de hiërarchisch hoger geplaatste persoon op de afdeling, in het geval van een afdelingshoofd door de directeur/gemeentesecretaris of een ander afdelingshoofd en in het geval van de directeur/gemeentesecretaris door het bevoegde bestuursorgaan. 6.. Ingeval artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet van toepassing is, neemt het college van burgemeester en wethouders het besluit zelf. 7.. Bij de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld in de bij dit besluit behorende lijst wordt de geldende wet- en regelgeving in acht genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel