Voor openstaande vorderingen betreffende gemeentelijke belastingen en rechten en overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden na vervaldatum. In individuele gevallen kan een afwijkende beoordeling van de inbaarheid worden aangehouden.
Hoofdstuk
Artikel 11.