Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Bodegraven-Reeuwijk 2015

In deze verordening wordt verstaan onder: aangepaste woning: woning die naar zijn aard bestemd of geschikt gemaakt is voor bewoning door een huishouden waarvan tenminste één lid een fysieke functiebeperking heeft en op medische grond op aangepaste woonruimte aangewezen is; BL-score: Bewoningsduur-/Leeftijdscore: bewoningsduurscore is een getal, gelijk aan het aantal volledige maanden dat het huishouden volgens de Basisregistratie Personen (BRP) ononderbroken woonachtig is in de huidige woonruimte, leeftijdscore is een getal, gelijk aan het aantal volledige maanden dat de leeftijd van (de hoofdaanvrager van) het huishouden dat niet (meer) beschikt over woonruimte, de 18 jaar overtreft; doorstromer: een woningzoekende die als hoofdbewoner daadwerkelijk en rechtmatig een huur- of koopwoning bewoont en die woonruimte na verhuizing leeg achterlaat; economisch gebonden: het daaromtrent in artikel 14 lid 3 onder a van de wet bepaalde; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijk huishouding voeren of willen gaan voeren; huurprijs: prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand; ingezetene: een persoon die in de Basisregistratie Personen van de gemeente is opgenomen en daar daadwerkelijk zijn hoofdverblijf heeft in woonruimte (waaronder ook begrepen onzelfstandige woonruimte) die uitsluitend permanent mag worden bewoond; ingrijpende renovatie: een ingrijpende voorziening aan een woonruimte die niet tijdens bewoning uitgevoerd kan worden. Hiervan is sprake als de huurder vanwege de renovatie voor een periode van minimaal 5 werkdagen de woonruimte te moeten verlaten; inwoning: bewoning van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woning die door een ander huishouden in gebruik is genomen; mantelzorg: hulp als bepaald in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; maatschappelijk gebonden: het daaromtrent in artikel 14 lid 3 onder b van de wet bepaalde; onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; seniorenwoning: een zelfstandige woning die onderdeel uitmaakt van en complex zelfstandige woningen, welk complex reeds bij de bouw ervan woon- en bouwtechnisch was ingericht en bestemd voor bewoning door ouderen; slaagkans: het aantal verhuringen gedurende een specifieke periode gedeeld door het aantal actief woningzoekenden binnen dezelfde periode * 100. Bij de slaagkans voor een specifieke categorie woningzoekenden gaat het om het aantal verhuringen aan deze categorie en het aantal actief woningzoekenden binnen deze categorie; starter: degene die inwonend is, onzelfstandige woonruimte bewoont, of woonruimte bewoont met een tijdelijk huurcontract als bedoeld in artikel 15 lid 1 van de Leegstandwet en artikel 7:274 lid 2 en 4 van het Burgerlijk Wetboek; vergunningplichtige woonruimte: woonruimte waarvoor in deze verordening een huisvestingsvergunning verplicht is gesteld voor het in gebruik geven en nemen ervan; wet: Huisvestingswet 2014; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet; woningzoekende: huishouden dat is ingeschreven in een inschrijfsysteem bij een verhuurder of dat anderszins bij de verhuurder schriftelijk heeft aangegeven op zoek te zijn naar woonruimte; woongroep: rechtspersoon waarbij bewoners het recht hebben om hun medebewoners te kiezen via coöptatie; zorgwoning: een woning waarvoor een woningzoekende vanwege beperkingen in zelfredzaamheid een indicatie nodig heeft voor zorg of begeleiding, en waarbij die zorg of begeleiding in de directe nabijheid van die woning beschikbaar is en geleverd wordt door een professionele zorgorganisatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel