Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft;
niet kan worden voldaan aan gestelde voorwaarden en voorschriften van de vergunning;
vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.
Hoofdstuk 5.
Artikel 20.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Bodegraven-Reeuwijk 2015