Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4.

Opdracht college

Onderdeel van Participatieverordening

1.. Het college biedt personen ondersteuning aan bij participatie voor zover deze ondersteuning door het college noodzakelijk wordt geacht. 2.. Het college maakt een afweging van de individuele mogelijkheden en capaciteiten van een persoon, om de ondersteuning zodanig vorm te kunnen geven dat de beoogde mate van participatie zo doelmatig mogelijk wordt gerealiseerd. 3.. Bij de toepassing van het tweede lid besteedt het college in ieder geval aandacht aan de afstand tot de arbeidsmarkt en de wijze waarop rekening wordt gehouden met de zorgtaken, waaronder begrepen de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar en het verrichten van mantelzorg. 4.. In geval van een niet - uitkeringsgerechtigde kan het college: een eigen bijdrage instellen; of nadere voorwaarden vaststellen, waarbij een inkomens - of vermogensgrens kan worden gehanteerd; of zowel een eigen bijdrage instellen als nadere voorwaarden vaststellen, waarbij een inkomens- of vermogensgrens kan worden gehanteerd. 5.. Het college kan, bij het bepalen van de wijze waarop de ondersteuning wordt vormgegeven prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en maatschappelijke, economische en conjuncturele ontwikkelingen.

Rechtspraak bij dit artikel