Aan de ouders van een leerling die een school voor
basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals
bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het
inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.300,- wordt slechts
bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van
die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in
artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.
Pleegouders zijn gelijkgesteld aan ouders en dienen conform lid
1 een eigen bijdrage te betalen. Pleegouders wier kind reeds in
schooljaar 2014-2015 gebruik maakten van de regeling
leerlingenvervoer, zullen in schooljaar 2015-2016 worden
vrijgesteld van de genoemde eigen bijdrage.
Indien meerdere kinderen uit één gezin voor een vergoeding in
aanmerking komen, wordt het drempelbedrag zoals omschreven in
dit artikel voor het tweede kind verlaagd met 30% en voor het
derde en volgende kind met 35%, waarbij de uitkomst naar boven
wordt afgerond op vijf euro nauwkeurig.
In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te
kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen
de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling
per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten
van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand,
indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan €
24.300,-.
De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik
van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende
OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 10 bepaalde afstand
redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid
van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het
bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen
die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden.
Het bedrag van € 24.300,- genoemd in het eerste en tweede lid,
wordt met ingang van 1 januari 2016 jaarlijks aangepast aan de
wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van
volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het
voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van €
450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het
eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,-.
Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens
hun structurele lichamelijke, verstandelijke, psychische of
zintuiglijke handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn
aangewezen, dan wel vanwege een zodanige handicap niet
zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken.