Naar hoofdinhoud
Het collectief vervoerssysteem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer bestaat uit het zogenaamde deeltaxisysteem volgens de hierna volgende opzet: aan de aanvrager die in aanmerking komt voor het deeltaxisysteem wordt een deeltaxipas verstrekt op vertoon waarvan rechthebbende gebruik kan maken van de deeltaxi; het vervoer wordt naar afstand onderscheiden in intern en extern vervoer. Als intern vervoer worden 5 openbare vervoerszones aangemerkt vanuit de eigen woning gerekend. Extern vervoer begint vanaf de 6e openbaar vervoerszone gerekend vanuit de eigen woning. Het extern vervoer wordt begrensd tot aan het collectief vervoersgebied van de 18 deelnemende gemeenten; de aanvrager is een betaling verschuldigd voor het vervoer met de deeltaxi. Voor de tarifering van het deeltaxisysteem wordt dezelfde zone-indeling en strippensysteem gehanteerd als bij het openbaar busvervoer. Voor elke rit is de bijdrage gebaseerd op een basistarief van één strip van € 0,65 verschuldigd vermeerderd met een strip van € 0,65 per zone; Vanaf de 6e zone is een bijdrage verschuldigd van € 4,90 per zone; de betaling van de aanvrager wordt door de vervoerder in ontvangst genomen, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt; een aanvrager kan zich door één begeleider laten vergezellen. Voor de begeleider is een basistarief verschuldigd van € 1,30 vermeerderd met een strip van € 1,30 per zone, tenzij de begeleiding naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is. In dat geval is het vervoer van de begeleider gratis. per jaar geldt een strippenbudget van maximaal 600 strippen, waarmee tegen het goedkope tarief als bedoeld onder d. kan worden gereisd. In uitzonderlijke gevallen kan het college besluiten dit strippenbudget te verhogen, afhankelijk van de beperkingen en de individuele vervoersbehoefte.

Rechtspraak bij dit artikel