**1..** Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar jaarlijks vóór 15 april toe aan de raden van de deelnemers.
**2..** Het dagelijks bestuur biedt de voorlopige jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden, jaarlijks vóór 1 juni ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan. De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig art. 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundigen en van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht.
**3..** Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar uiterlijk 15 juli van het jaar, volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, vast.
**4..** De rekening met bijbehorende accountantsverklaring wordt binnen twee weken na vaststelling doch uiterlijk 1 augustus aan Gedeputeerde Staten gezonden.
**5..** Vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
**6..** Een batig of nadelig saldo op de specifieke uitkeringen met een specifieke bestedingsverplichting zal worden toegevoegd of onttrokken aan een daarvoor gecreëerde reserve/voorziening. Het overige batige of nadelige saldo zal aan de gemeenten worden uitgekeerd of in rekening worden gebracht, conform de verdeelsleutels, zoals bepaald in artikel 31.
**7..** Het vrije vermogen (weerstandsvermogen) van het openbaar lichaam zal een bedrag gelijk aan 3% van de jaarlijkse exploitatielasten niet te boven gaan.
**8..** Het algemeen bestuur zendt de rekening en bijbehorende accountantsverklaring na vaststelling ter kennisname aan de raden van de deelnemers.
Hoofdstuk V:
Artikel 30
– Jaarrekening
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland