**1..** Voor vorderingen die niet het gevolg zijn van een verwijtbare gedraging of schending van de inlichtingenplicht kan het college besluiten tot kwijtschelding van de openstaande vordering, indien de belanghebbende:
gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en het inkomen de toepasselijke bijstandsnorm niet te boven is gegaan; of
gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of
gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
**2..** De in artikel 15 genoemde termijn is drie jaar als het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan.
**3..** Als er een geldlening op basis van artikel 51, Participatiewet, is verleend en belanghebbende heeft gedurende drie jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen voldaan, kan het college besluiten kwijtschelding te verlenen voor het restant van de geldlening.
Hoofdstuk 5.
Artikel 11.
Voorwaarden voor kwijtschelding van niet verwijtbare vorderingen
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Nunspeet 2015