Als de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een minnelijke betalingsregeling, of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet meer nakomt, dan wordt het terugvorderingsbesluit ten uitvoer gelegd door middel van:
a.verrekening met de maandelijks verleende bijstand of uitkering, op grond van artikel
48, vijfde lid, en artikel 60, derde lid, van de participatiewet, artikel 28, tweede lid en derde lid, van de IOAW, artikel 28, tweede en derde lid, van de IOAZ, of bij het ontbreken van deze mogelijkheid;
b.een executoriaal beslag in de zin van artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering, of;
c.beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke
rechtsvordering, of:
d.een conservatoir beslag in de zin van het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.
Hoofdstuk 6.
Artikel 18.
Uitvoering invordering bij niet nakomen betalingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en verhaal participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Nunspeet 2015