Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Oudewater 2015

Grondslag: artikel 11, lid 4 en lid 5 en artikel 12 van de Verordening 2.1 Diensten: tarief, kwaliteit en omvang De noodzakelijke functionele - en kwaliteitseisen van de maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget moeten worden vermeld in de bijlage bij de beschikking waardoor veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid zijn gewaarborgd. 2.2 PGB Begeleiding Voor de maatwerkvoorziening begeleiding is het vertrekpunt voor de bepaling van het PGB: Gecertificeerde zorgaanbieders, ZZP en sociaal netwerk 100% van ZIN tarief Er wordt hierbij uitgegaan van een gemiddelde van de tarieven, zoals die zijn overeengekomen per sector en per prestatie bij de inkooptrajecten voor ZIN. De tarieven voor begeleiding per sector zijn opgenomen in bijlage I. 2.3 PGB Huishoudelijke Ondersteuning 2.3.1 Tarieven voor Hulp bij het Huishouden (HH) De hoogte van een PGB voor HH is maximaal 75% van het zin tarief. De vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden vindt plaats op basis van het aantal uren. De normen die het college hier voor hanteert zijn opgenomen in bijlage II, tabel 2. Er wordt voor HH1 een uurtarief van € 17,06 gehanteerd (prijspeil 2013) voor HH. Er wordt voor HH2 een uurtarief van € 22,75 gehanteerd (prijspeil 2013) voor HH gehanteerd waarvoor bijzondere deskundigheid is vereist, door een persoon die daarvoor in het bijzonder is opgeleid, werkzaam voor een erkende zorgaanbieder. 2.4 PGB Wonen, vervoer en rolstoel 2.4.1 Tarieven voor hulpmiddelen, woningaanpassingen, rolstoel- en vervoersvoorzieningen De hoogte van een PGB voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt. Dit bedrag is inclusief het aanpassen van de voorziening (het programma van eisen) en tevens aangevuld met de kosten voor de instandhouding, zoals - en voor zover nodig – keuring, onderhoud, reparatie en verzekering. Deze aanvulling voor de kosten van de instandhouding bedraagt maximaal en eenmalig 6% van de aanschafwaarde. Voor hulpmiddelen of individuele aanpassingen aan hulpmiddelen, die niet binnen de categorieprijzen van bijlage III. vallen, wordt de hoogte van het PGB bepaald door een offerte van de gecontracteerde leverancier hulpmiddelen. Bij verstrekking van een niet-roerende woonvoorziening c.q. woningaanpassing wordt de hoogte van het PGB bepaald door een, door het college geaccepteerde, offerte. Als de verstrekking in natura een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. 2.4.2 Tarieven (bruikleen) autokosten en (rolstoel) taxikosten Bij de vaststelling van de hoogte van het PGB voor (bruikleen) auto- en (rolstoel)taxikosten wordt uitgegaan van maximaal 2.500 km op jaarbasis: Voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto of bruikleenauto geldt een maximumbedrag van € 475 (2.500 km à € 0,19 prijspeil 2014); Voor een tegemoetkoming in de kosten van een Canta, of vergelijkbaar vervoersmiddel geldt een maximumbedrag € 250,00 (2.500 km à € 0,10 prijspeil 2014) Voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi geldt een maximumbedrag van € 1.165,00 (2500 km à € 2,33 prijspeil 2014); Voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een maximumbedrag van € 1.495,00 (500 km à € 2,99, prijspeil 2014); Voor zover de behoeften van echtgenoten/partners niet samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een enkele vergoeding toegekend. Voor zover de behoeften van meerdere gezinsleden niet samenvallen, wordt niet meer dan een vergoeding van 250% toegekend (voor 2 personen 150%, 3 personen 200% en 4 en meer personen 250%). De ingangsdatum van de financiële tegemoetkoming voor individueel vervoer start op de eerste van de maand volgend op de aanvraagdatum. 2.4.3 PGB voorziening kinderen Een PGB voor voorzieningen voor kinderen wordt vierwekelijks verstrekt en is gelijk aan het bedrag van door de gemeente te betalen huurprijs aan de leverancier, indien de verstrekking in natura zou hebben plaatsgevonden. 2.4.4 Controle besteding PGB Een PGB moet gebruikt worden voor de aanschaf/realisering van de voorziening waarvoor deze is verstrekt. Het college monitort steekproefsgewijs of de maatwerkvoorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze vertrekt zijn. 2.4.5 Duur voorziening Een met een PGB aangeschafte woonvoorziening, vervoersvoorziening of rolstoelvoorziening wordt - bij ongewijzigde omstandigheden - geacht minimaal 5 jaar te voorzien in de opheffing van de beperking, tenzij de leverancier van de gemeentelijke voorziening in natura een andere afschrijvingstermijn aangeeft. Er kan alleen opnieuw een PGB worden verstrekt als een afkeuringsrapport van de voorziening wordt overgelegd en de 5 jaar is verstreken, tenzij de leverancier van de gemeentelijke voorziening in natura een andere afschrijvingstermijn af heeft gegeven. Er kan alleen opnieuw een PGB worden verstrekt indien er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Er kan alleen opnieuw een PGB worden verstrekt indien er sprake is van niet aan cliënt verwijtbare calamiteiten. 2.5 PGB Sportvoorziening Een sportvoorziening worden ook gezien als maatwerkvoorziening. Het PGB bedraagt maximaal € 3.200 (prijspeil 2014), welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf, keuring, onderhoud en reparatie van de voorziening. De verstrekking voor een sportvoorziening geldt voor een periode van 3 jaar. Voor de sportvoorziening is de door de leverancier opgegeven afschrijvingstermijn bepalend. 2.6 PGB Verhuizen De beoordeling of gebruik wordt gemaakt van het opleggen van een verhuisverplichting zoals bedoeld in artikel 12 van de verordening vindt alleen plaats indien de aanpassing van de woning een bedrag van € 9.000 te boven gaat; Het PGB voor een maatwerkvoorziening als tegemoetkoming in de verhuiskosten bedraagt: € 2.400,00 bij verhuizing naar een adequate en/of beter aanpasbare woning binnen de gemeente. € 2.400,00 indien een aanvrager op verzoek van de gemeente verhuist van een inadequate woning naar een aangepaste woning buiten de gemeente. Aan een persoon, die op verzoek van de gemeente ten behoeve van een gehandicapte de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft ontruimd kan een bedrag worden vertrekt van € 4.800. Uitbetaling van het PGB vindt plaats na overlegging van het getekende huurcontract of het getekend koopcontract. Indien de verhuizing niet plaatsvindt, dient het uitbetaalde bedrag per omgaande te worden terugbetaald. 2.7 Bezoekbaar maken woning Voor het bezoekbaar maken van een woning wordt een maximaal bedrag beschikbaar gesteld van € 4.600. 2.8  Restitutieregeling De meerwaarde die door het treffen van een voorziening is ontstaan, dient bij verkoop van de woning gedeeltelijk aan de gemeente te worden teruggestort. De restitutie bedraagt: voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde, voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde, voor het derde jaar 60% van de meerwaarde, voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde, voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde, in alle gevallen minus het bedrag van het eigen aandeel dat voor rekening van de eigenaar is gekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel