**1..** Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.2 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten:
de activiteiten vinden plaats op een natuurterrein dat is aangemerkt als een onderdeel waarvoor subsidie kan worden aangevraagd in het natuurbeheerplan zoals geldend op het moment van indiening van de subsidieaanvraag;
de activiteiten zijn gericht op de instandhouding van het natuurbeheertype of landschapsbeheertype;
de activiteiten zijn gericht op een beheer van minimaal 75 hectares;
de subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a en b, beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, onder b, c of d;
de subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c en d, beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, onder b, of de natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, die het beheer uitvoeren, beschikken elk afzonderlijk over een certificaat als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, onder c of d;
de subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder d, dient bij de subsidieaan-vraag afschriften in van de in dat artikel genoemde overeenkomst die hij heeft gesloten metde natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a of b,die het beheer uitvoeren.
**2..** De schapenbijdrage, monitoringsbijdrage, voorzieningenbijdrage of toezichtsbijdrage kan slechts worden verstrekt in aanvulling op de subsidie die de subsidieontvanger ontvangt voor het beheer van natuurbeheertypen;
**3..** De voorzieningenbijdrage kan slechts worden verstrekt voor zover het natuurterrein niet ingevolge artikel 2.9, vierde lid, is vrijgesteld van de openstellingsplicht.
** 4. .** In afwijking van het derde lid kan in geval van een vrijstellingsgrond als bedoeld in artikel 2.9, vierde lid, onderdelen a en d, een voorzieningenbijdrage worden verstrekt, indien de betreffende afsluiting in een jaar maximaal zes maanden duurt.
**5..** De vaarbijdrage wordt slechts verstrekt in aanvulling op de subsidie die de subsidieontvanger ontvangt voor het beheer van natuurbeheertypen en landschapsbeheertypen.
** 6. .** Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de openstellingsplicht en het verstrekken van de toezichtsbijdrage of de voorzieningenbijdrage in afwijking van artikel 2.9, eerste lid, onder d.
**7..** De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een kaart waarop de buitengrenzen van de natuurterreinen zijn aangegeven.
**8..** Als een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c of d, niet beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, onder b, gaat de aanvraag vergezeld van een certificaat als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, onder c of d, of een afschrift van de aanvraag daartoe, van de natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, die het beheer uitvoeren.
**9. .** Indien een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a of b, niet beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, onder c of d, gaat de aanvraag vergezeld van een afschrift van de aanvraag daartoe.
Paragraaf
Artikel 2.4
Subsidievereisten
Onderdeel van Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer provincie Utrecht 2016