De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:
uitvoering vindt plaats op landbouwgrond of in, aan, op landschapselementen of watergangen direct grenzend aan landbouwgrond, waarbij er sprake mag zijn van een scheiding van die landbouwgrond door een kavelpad of watergang;
de subsidieontvanger doet uiterlijk voor 1 januari van ieder kalenderjaar per leefgebied of onderdeel van een leefgebied waarvoor is beschikt een opgave van de beheeractiviteiten op perceelsniveau in het daartoe door Gedeputeerde Staten aangewezen systeem;
de gekozen beheeractiviteit of combinatie van beheeractiviteiten mag enkel bestaan uit beheeractiviteiten zoals opgenomen in de koppeltabel als onderdeel van maatregelfiche 28 behorend bij het Plattelands Ontwikkelingsprogramma 2014-2020 en past bij de beheerfunctie of het cluster van beheeractiviteiten zoals beschikt en het bijhorende leefgebied zoals aangewezen in het natuurbeheerplan;
wijzigingen van activiteiten op perceelsniveau die gedurende het kalenderjaar optreden worden door de subsidieontvanger uiterlijk 1 week voorafgaand aan het ingaan van de wijziging gemeld aan Gedeputeerde Staten, door de wijziging op perceelsniveau door te voeren via het daartoe onder b bedoelde systeem en kunnen tot uiterlijk 30 september worden doorgevoerd;
wijzigingen bestaande uit het toevoegen van percelen met de daarbij horende beheeractiviteit zijn mogelijk tot en met 15 mei;
wijzigingen bestaande uit het terug trekken van percelen met de daarbij horende beheeractiviteit zijn mogelijk tot en met 30 september, tenzij op deze percelen een controle is uitgevoerd;
wijzigingen die betrekking hebben op percelen waarvoor een controle is aangekondigd zijn niet toegestaan;
wijzigingen die betrekking hebben op percelen waar tijdens een controle fouten zijn geconstateerd in het uitgevoerde beheer zijn niet toegestaan;
de subsidieontvanger dient tussen 1 april en 15 mei van ieder kalenderjaar een aanvraag in tot betaling van de jaarvergoeding voor dat kalenderjaar via de Gecombineerde data inwinning;
de subsidieontvanger dient uiterlijk 1 oktober van ieder kalenderjaar een verantwoording in waarin is beschreven:
welke activiteiten als bedoeld onder b, daadwerkelijk zijn uitgevoerd;
welke wijzigingen als bedoeld onder d, e en f hebben plaatsgevonden en waarom;
de subsidieontvanger dient uiterlijk 1 december van ieder kalenderjaar een voortgangsverslag in;
de subsidieontvanger beschikt voor de gehele duur van de subsidie over een certificaat collectief agrarisch natuurbeheer;
de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat er door of vanwege Gedeputeerde Staten audits kunnen worden uitgevoerd in het kader van de naleving van de certificeringsvoorwaarden;
de subsidieontvanger verleent medewerking aan een toezichthouder als bedoeld in artikel 1.7 om toezicht te houden op de naleving van de subsidieverplichtingen en verleend een toezichthouder ongehinderd toegang tot percelen;
de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat door of vanwege Gedeputeerde Staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in het desbetreffende leefgebied.
Paragraaf
Artikel 3.11