Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.2

Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Gewijzigde Verordening maatschappelijke ondersteuning Montferland 2015

1.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de aanschafprijs of huurprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering zoals het college die aan de aanbieder verschuldigd is. 2.. Indien de naturaverstrekking als bedoeld in het vorige lid een tweedehands maatwerkvoorziening betreft, wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget daarop gebaseerd. Het persoonsgebonden budget, heeft een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarbinnen de maatwerkvoorziening economisch is afgeschreven. Het college houdt daarbij rekening met de bijkomende kosten als genoemd in het vorige lid. 3.. Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het eerste lid vaststellen op basis van een offerte. 4.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd. 5.. Het persoonsgebonden budget is toereikend om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen welke voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in de wet en in redelijkheid geschikt voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt toegekend. 6.. Het college stelt in het Besluit nadere regels over de hoogte van het persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel