In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 20) en onverminderd
het bepaalde in artikel 2.4., onder d van de Regeling
omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de
omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van
het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of
andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het
overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet
bodembescherming 22) goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel
39, eerste lid van die wet 22) van oordeel zijn, dat de bodem niet
geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van
voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.4.2
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Onderdeel van Bouwverordening