Naar hoofdinhoud
1.. Het college is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze overeenkomst, een Starterslening toe te kennen. 2.. Het college stelt de hoogte van de Starterslening vast, met dien verstande dat de hoogte van de Starterslening maximaal 20 % bedraagt van de verwervingskosten. De totale verwervingskosten kunnen niet meer bedragen dan het maximale bedrag volgens de, op het moment van offreren van de Starterslening, geldende actuele NHG normen. 3.. Hoofdstuk 2 van de verordening is alleen van toepassing als aanvrager voldoet aan de omschrijving als bedoeld in artikel 2.6 van de verordening. Op alle andere aanvragen om een Starterslening is hoofdstuk 1 van de verordening van toepassing. 4.. Bij het besluit op grond van het eerste en tweede lid kan rekening worden gehouden met de financiële steun die op grond van enige andere regeling kan worden toegekend. 5.. Het college kan aan de toekenning van de Startersleningen nadere voorschriften verbinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel