Het college neemt in een treasurystatuut de regels op die zij hanteert voor het dagelijkse risico- en kasbeheer. Het college regelt daarbij tevens de administratieve organisatie en interne controle van de financieringsfunctie.
Het college beoordeelt tenminste eenmaal per vier jaar het treasurystatuut op actualiteit en informeert de raad over de uitkomst. De raad stelt de kaders voortvloeiend uit de nota vast.