Naar hoofdinhoud
1.. Bij de vaststelling van de draagkracht wordt uitgegaan van: het inkomen van de maand waarin de aanvraag is ingediend, tenzij er sprake is van wisselende inkomsten. In dat geval wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen van de drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend; het vermogen op de datum waarop de aanvraag is ingediend. 2.. Bij de berekening van het inkomen wordt rekening gehouden met het volgende: het bedrag van particuliere oudedagsvoorziening als bedoeld in de artikel 33, vijfde lid, van de Participatiewet; het voor rekening van belanghebbende blijvende verschil tussen de maximale zorgtoeslag en de zorgtoeslag die betrokkene daadwerkelijk ontvangt; de ten laste van belanghebbende blijvende kosten van verpleging of verzorging in een inrichting; buitengewone uitgaven. 3.. Bij overschrijding van de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals opgenomen in artikel 34 van de Participatiewet, wordt het meerdere van het vermogen volledig aangemerkt als draagkracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel