Deze beleidsregel wordt gebruikt bij het toetsen van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor tijdelijk wonen en de huisvesting van arbeidsmigranten of andere groepen van personen. Dit voorzover het gebruik in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, waarbij alleen medewerking verleend kan worden door een afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2.12 van de Wabo of een opvolgende wettelijke bepaling met een gelijkluidende strekking. Mantelzorg valt hier niet onder. De basis voor deze beleidsregel is gegeven in het beleidskader ‘Tijdelijk wonen in Alphen aan den Rijn’ uit 2015. Daarin is het volgende gesteld:
Er mag geen parkeeroverlast plaatsvinden. Er vindt een toets plaats op parkeren (parkeernota).
Er mag geen concentratie van huisvestingsvoorzieningen voor arbeidsmigranten of andere groepen van personen ontstaan in een straat of wijk.
Er mogen geen belemmeringen ontstaan voor de (uitbreiding van) omliggende functies die mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan.
De SNF normering is de minimale norm voor grotere, bedrijfsmatige vormen van kamerbewoning en logies.
Kleine woonvormen
De grens voor kleinschalige verhuurvormen wordt gelegd op maximaal 4 personen, waarbij het huishouden van de eventuele hoofdbewoner(s) in het pand als één persoon wordt gezien. Vergunningsaanvragen van deze schaal kunnen zondermeer getoetst worden aan deze beleidsregel en er wordt in principe meegewerkt aan het afwijken van de regels in het bestemmingsplan. De regels hiervoor gelden voor alle vormen van kamerverhuur, dus ook voor niet-arbeidsmigranten.
Grotere woonvormen
In bijzondere gevallen mag de voorziening groter zijn. Deze locaties komen niet zondermeer in aanmerking voor huisvesting voor arbeidsmigranten of andere groepen van personen, maar worden ook afzonderlijk getoetst op ruimtelijke en maatschappelijke wenselijkheid, waarna wordt besloten of er wordt meegewerkt aan het afwijken van de regels in het bestemmingsplan. Bij grotere vormen dient ook met de omgeving contact te worden gelegd en gehouden over de huisvesting. Het gaat er daarbij om dat bewoners een aanspreekpunt hebben bij vragen en klachten en dat deze fatsoenlijk worden afgehandeld.
Grootte
Vanuit bouwwetgeving heeft de huurder van een kamer recht op minimaal 12 vierkante meter gebruiksoppervlakte (art. 7.18 Bouwbesluit 2012). Dat is de te verhuren kamer plus de gezamenlijk gebruikte ruimtes zoals keuken, toilet en wasgelegenheid. Bij het indelen in kamers dient hier rekening mee gehouden te worden. Bij grotere woonvormen dient daarnaast de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF) te worden gehanteerd.