Naar hoofdinhoud

Artikel 3.3

Huisvesting van werknemers bij een agrarisch bedrijf in het buitengeied

Onderdeel van Nadere regels Tijdelijk wonen

Er zijn twee mogelijkheden voor de huisvesting van werknemers op het agrarisch bedrijf. Hierbij is de onderstaande volgorde van toepassing: Verbouwing/nieuwbouw binnen agrarisch bouwblok Woonunits op agrarisch bedrijf Conform de regionale richtlijnen geldt dat, indien nieuwbouw of inpandige verbouwing van een huisvestingsgedeelte bij een bedrijf mogelijk is, woonunits in principe niet zijn toegestaan. Indien verbouwing niet mogelijk is (dit moet aangetoond worden) zijn woonunits toegestaan. De gemeente kan medewerking verlenen aan een planologische procedure onder de hieronder genoemde voorwaarden: Verbouwing/nieuwbouw binnen agrarisch bouwblok Het moet gaan om de huisvesting van werknemers die op het bestaande agrarische bedrijf gedurende piekseizoenen, in ieder geval korter dan een jaar, werkzaam zijn. Het maximale aantal te huisvesten personen wordt afgestemd op de omvang van de eigen bedrijfsactiviteiten van het betrokken bedrijf, met een maximum van 20 personen per agrarisch bouwblok. Er mogen geen belemmeringen ontstaan voor de (uitbreiding van) omliggende functies die mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan. Er moet worden voldaan aan de in de vigerende parkeernota gestelde eisen. De verhuurder is in het bezit van het keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen (SNF Keurmerk) of bereid zich aan de normen hiervan te conformeren. Er mag geen overmatige overlast ontstaan voor omwonenden. Woonunits op agrarisch bedrijf De tijdelijkheid van deze huisvesting moet onderbouwd zijn. Er worden niet meer dan 20 werknemers van het betrokken agrarische bedrijf toegestaan tijdens pieken in de werkzaamheden gedurende maximaal drie maanden per jaar. De woonunits worden toegestaan als er aantoonbaar sprake is van noodzaak tot piekopvang. De units worden binnen het agrarisch bouwperceel geplaatst en landschappelijk ingepast. De verhuurder is in het bezit van het keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen (SNF Keurmerk) of bereid zich aan de normen hiervan te conformeren. Woonunits of ‘overige huisvesting’, waaronder kampeermiddelen, mogen niet zijn: toercaravans, kampeerauto's, tenten of andere vormen van bewoning die niet voldoen aan de SNF kwaliteitseisen voor woonunits. Na afloop van de vergunningstermijn (maximaal 10 jaar) worden de units verwijderd. Hiertoe behoeft de gemeente geen afzonderlijke aanschrijving te doen. Er mogen geen belemmeringen ontstaan voor de (uitbreiding van) omliggende functies die mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan. Er moet worden voldaan aan de in de vigerende parkeernota gestelde eisen. Er mag geen overmatige overlast ontstaan voor omwonenden.

Rechtspraak bij dit artikel