Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening raadscommissies Vlissingen 2007

1.. Inwoners/burgers hebben het recht het woord te voeren over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen. 2.. Voor de behandeling van elk agendapunt vraagt de voorzit¬ter wie van de toehoor¬ders hierover het woord wil voeren. 3.. Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen voor personen. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. Elke spreker krijgt in beginsel maximaal vijf minuten het woord, één en ander ter beoordeling van de voorzitter. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. 7.. Insprekers dienen zich te onthouden van beledigende of onbehoorlijke uitdrukkingen als bedoeld in artikel 23, lid 3. Indien een inspreker zich niet aan dit voorschrift houdt, wordt hij op last van de voorzitter uit de vergadering verwijderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel