In dit artikel is omschreven dat alle bevoegdheden bij het algemeen bestuur liggen, tenzij deze in de regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend. Zie hiervoor bijvoorbeeld artikel 18. In het tweede lid is aangegeven welke bevoegdheden in ieder geval bij het algemeen bestuur liggen. De bevoegdheden onder a en b kunnen ook niet worden over- of opgedragen aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of medewerkers. De bevoegdheden onder c, d en e kunnen wel worden over- of opgedragen.
Bij g en h is het niet wenselijk om deze over- of op te dragen aan andere organen. Deze bevoegdheden kunnen een (financieel) risico voor de regeling en daarmee ook voor de gemeenten met zich mee brengen. Dit zijn typische bevoegdheden van het algemeen bestuur. Overigens is deze bepaling – vanwege de risico’s - zwaarder geformuleerd dan in de regeling van Op/maat.
Lid 3: dit lid is in overeenstemming met de twee amendementen van de gemeenten Hoorn, Medemblik en Opmeer over het beleidsplan. Het beleidsplan is nog in 2014 besproken waarbij de raden zijn betrokken bij de totstandkoming en waarbij de raden de mogelijkheid hebben gehad om een zienswijze in te dienen. Het is een bevoegdheid van het algemeen bestuur om het beleidsplan vast te stellen (lid 2 onder b). Om de raden voldoende invloed te geven, is er in dit artikel voor gekozen om het beleidsplan eerst voor een zienswijze voor te leggen aan de raden en het dagelijks bestuur hier schriftelijk op te laten reageren, voordat het algemeen bestuur het beleidsplan vaststelt. Dit is een soortgelijke procedure als bij de begroting en de jaarrekening. De wijze waarop het beleidsplan tot stand komt en de rol van de raden daarin, wordt overgelaten aan het algemeen bestuur.
HOOFDSTUK 4
Artikel 15
Bevoegdheden algemeen bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling WerkSaam Westfriesland