Naast de uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde is het dagelijks bestuur, met mogelijkheid van mandaat, belast met en bevoegd tot:
het voorbereiden van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter beraadslaging en beslissing moet worden gebracht;
het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;
het aangaan van geldleningen voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;
het kopen, ruilen, vervreemden, bezwaren en in erfpacht aannemen en uitgeven van roerende en onroerende zaken voor zover de financiële lasten zijn opgenomen in de begroting;
het beheer van de activa en passiva;
de zorg, voor zover deze niet aan anderen is opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
het voorstaan van de belangen van het lichaam bij andere overheden, instellingen, diensten en personen;
het voeren van rechtsgedingen, het instellen van beroep en het maken van bezwaar.
de aanstelling, de schorsing en het ontslag van het personeel, met uitzondering van de directie.