Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Algemene bepalingen

Onderdeel van Regeling ambtelijke integriteit Werkorganisatie Duivenvoorde

1.. De werkgever evalueert periodiek de definitie van integriteit en het daarvan afgeleide integriteitsbeleid. 2.. De medewerker moet zijn functie onafhankelijk kunnen uitoefenen zonder zich te laten beïnvloeden of onder druk gezet te voelen. De medewerker handelt zodanig dat er geen andere dan functionele verplichtingen worden ervaren ten aanzien van andere personen of instanties. Ook de schijn in dezen van niet-integer handelen wordt voorkomen. 3.. Wanneer een medewerker persoonlijk belang heeft, laat hij dit geen rol spelen ten aanzien van besluitvorming en/of advisering. Indien mogelijk onthoudt de medewerker zich in dergelijke situaties van beraadslaging, advisering en/of besluitvorming. 4.. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in punt 3 van dit artikel, bespreekt de medewerker dit met zijn leidinggevende. Indien dit niet mogelijk is, wordt melding gedaan van de situatie aan de werkgever, een en ander tot doel zo veel mogelijk openheid te betrachten en de schijn van niet-integer handelen te voorkomen. 5.. De betreffende zaken uit deze regeling zijn verwerkt in de jaarlijkse gesprekscyclus met de medewerkers. 6.. Deze regeling is openbaar en door derden te raadplegen. 7.. De bijlagen 1 tot en met 10 maken integraal deel uit van deze regeling. 8.. Alle medewerkers worden bij hun aanstelling gewezen op deze regeling die digitaal beschikbaar is. Op verzoek kan tevens een papieren exemplaar worden uitgereikt.

Rechtspraak bij dit artikel