**1..** Het dagelijks bestuur legt aan het algemeen bestuur over elk
begrotingsjaar verantwoording af over het door hem gevoerde bestuur,
onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag.
**2..** Het dagelijks bestuur voegt daarbij de accountantsverklaring,
bedoeld in artikel 213, derde lid, van de Gemeentewet en het verslag
van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de
Gemeentewet.
**3..** De in het eerste en tweede lid bedoelde stukken liggen, zodra zij
aan het algemeen bestuur zijn overlegd, voor een ieder ter inzage en
zijn algemeen verkrijgbaar. Van de terinzagelegging en de
verkrijgbaarstelling wordt door het dagelijks bestuur openbaar
kennis gegeven. Het algemeen bestuur beraadslaagt over de
jaarrekening en het jaarverslag niet eerder dan twee weken na de
openbare kennisgeving.
**4..** De ontwerp-jaarrekening wordt voorzien van een toelichting en het
jaarverslag, als bedoeld in lid 1, vóór 1 april aan de raden van de
deelnemers toegezonden.
**5..** De raden van de deelnemers kunnen binnen zes weken na de datum van
toezending van de in het tweede lid bedoelde stukken het dagelijks
bestuur hieromtrent van hun zienswijze doen blijken.
**6..** Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is
vervat bij de ontwerp-jaarrekening.
**7..** Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening zonder uitstel en
stelt haar vast vóór 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarop
de rekening betrekking heeft.
**8..** Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening, vergezeld
van de overige in dit artikel bedoelde stukken binnen twee weken na
vaststelling, maar in ieder geval voor 15 juli, aan gedeputeerde
staten en aan de raden van de deelnemers.
HOOFDSTUK 5:
Artikel 26:
Jaarrekening
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling "Veiligheidsregio Noord-Holland Noord