In deze verordening wordt verstaan onder:
Handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve maatregelen, gericht op het voorkomen, ontmoedigen en bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van een uitkering of inkomensvoorziening;
Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens dan wel het verzwijgen of niet (tijdig) verstrekken van , voor de bepaling van het recht op uitkering en de duur en de hoogte van de uitkering, relevante gegevens, met als gevolg dat de uitkering geheel of ten dele ten onrechte wordt verstrekt;
Misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een uitkering in strijd met de wettelijke voorschriften;
Oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering volgens de regels van de wet, maar in strijd met de bedoeling van de wet zoals die bij de totstandkoming van de wet bestond.
Inlichtingenplicht: de plicht zoals bedoeld in de wet, of de verplichtingen bedoeld in artikel 30c tweede en derde lid, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
Aangiftegrens: de grens als bedoeld in de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude.