Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van leges 2010

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. in de in het tweede lid genoemde gevallen kunnen burgemeester en wethouders vorderen, dat ter voldoening van de verschuldigde leges een voorlopig gevorderd bedrag wordt betaald. Bedoeld bedrag wordt vastgesteld tot ten hoogste het bedrag waarop het te vorderen bedrag van de leges vermoedelijk zal worden vastgesteld. d. het voorlopig gevorderde bedrag wordt in mindering gebracht op het vastgestelde gevorderde bedrag van de verschuldigde leges. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel