Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Uitzonderingen van mandaat (verboden)

Onderdeel van Mandaatinstructie Dagelijks Bestuur en Voorzitter Stroomopwaarts MVS 2015

1.. Van het mandaat wordt geen gebruik gemaakt indien: het te nemen besluit uitmondt in aanvulling of afwijking van het tot dan toe gevoerde beleid; het een bevoegdheid betreft die onlosmakelijk is verbonden aan een eerdere door het dagelijks bestuur zelf uitgeoefende bevoegdheid; indien er, behoudens zaken met een routinematig karakter, rekening mee moet worden gehouden dat het dagelijks bestuur op zijn verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit zal worden aangesproken; uit het te nemen besluit financiële gevolgen kunnen voortvloeien die leiden tot overschrijding van de budgetten en budgettaire kaders; een lid van het dagelijks bestuur (in de hoedanigheid van bestuurlijk coördinator) zulks kenbaar maakt; het besluit wordt genomen met gebruikmaking van een hardheidsclausule in een wettelijke regeling; indien wordt voorgenomen van een advies van een adviescommissie af te wijken; behoudens zaken met een routinematig karakter, waaronder mede wordt verstaan het verstrekken van niet beleidsmatige informatie, voor documenten gericht aan: de Kroon; een Minister; een Staatssecretaris; een Commissaris van de Koning; Provinciale en Gedeputeerde Staten; de gemeenteraad van Maassluis, Vlaardingen of Schiedam; overige bestuursorganen; gemeentelijke overheden; gemeenschappelijke regelingen; regio’s; de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; de Nationale Ombudsman, voor zover het schriftelijke, formele correspondentie betreft inzake; de afhandeling van door de gemeente behandelde klachten. 2.. Indien er rekening mee moet worden gehouden dat er een situatie ontstaat als genoemd bij de in dit artikel genoemde mandaatverboden, dan stemt de gemandateerde hierover af met een lid van het dagelijks bestuur.

Rechtspraak bij dit artikel