Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 31:

Ambtelijk apparaat, secretaris en directeur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling "Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord

1.. De Uitvoeringsdienst heeft een ambtelijk apparaat, met aan het hoofd een directeur. De directeur is, onder verantwoording van het algemeen bestuur, belast met de dagelijkse leiding en de zorg voor een juiste taakvervulling van de Uitvoeringsdienst. 2.. De directeur wordt door het algemeen bestuur benoemd, geschorst en ontslagen. Voor benoeming, schorsing en ontslag wordt door het dagelijks bestuur een voordracht gemaakt. 3.. Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen tot schorsing van de directeur overgaan. Zij doen daarvan terstond mededeling aan het algemeen bestuur. De schorsing wordt opgeheven, wanneer het algemeen bestuur haar niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt. 4.. De directeur is tevens ambtelijk secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 5.. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en eventuele commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde. 6.. De directeur is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 7.. De directeur draagt zorg voor: a.. het voorbereiden, agenderen en notuleren van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. b.. het coördineren en bewaken van en zorgdragen voor de uitvoering van de besluitvorming van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 8.. De directeur ondertekent als secretaris mede alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 9.. Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels vast betreffende de taak en de bevoegdheid van de directeur. 10.. Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de directeur.

Rechtspraak bij dit artikel