Aan het bestuur worden geen bevoegdheden overgedragen door de deelnemers.
De colleges kunnen bevoegdheden mandateren aan het bestuur en de directeur.
Ambtenaren in dienst van de deelnemers kunnen ondermandaat verlenen aan de directeur, voor zover zij hiertoe bevoegd zijn.
Voor een geldig mandaat of ondermandaat als bedoeld in het tweede en derde lid is de instemming van het bestuur respectievelijk de directeur vereist, overeenkomstig artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Een mandaat of ondermandaat als bedoeld in het tweede en derde lid wordt schriftelijk gegeven, overeenkomstig artikel 10:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Het dagelijks bestuur houdt een register bij van de aan het bestuur respectievelijk aan de directeur gemandateerde bevoegdheden.
Hoofdstuk 2:
Artikel 8:
Bevoegdheden
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling "Omgevingsdienst Noord-Holland Noord