Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 12

Doorstroming vanuit opvanginstellingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2015

1.. De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich voor indien: aanvrager een door een instelling verzorgd traject doorloopt of heeft doorlopen dat naar het oordeel van het bestuursorgaan in voldoende mate gericht is op re-integratie in de eigen of nieuwe sociale omgeving van aanvrager; en, aanvrager direct voorafgaand aan het traject een aansluitend woonverleden heeft in een gemeente binnen de regio; en, er sprake was van zelfstandige woonruimte die door of tijdens de problematiek die leidde tot het traject verloren is gegaan of terugkeer naar het laatste (in)woonadres op basis van een indicatie niet mogelijk is. 2.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder b. kan een aanvrager met aansluitend woonverleden in een gemeente buiten de regio ook voor een urgentieverklaring in aanmerking komen indien: het door de instelling verzorgde traject binnen de regio doorlopen is; en, terugkeer naar de desbetreffende gemeente buiten de regio op grond van een indicatie niet mogelijk is; en, aan de overige voorwaarden van lid 1 is voldaan. 3.. Het in lid 1 en lid 2 bedoelde traject: is afgerond en er is geen zorg of nazorg nodig. Aanvrager is in dit geval in staat zelfstandig een huishouden te voeren; of, bestaat uit het verlenen van zorg of nazorg. Aanvrager is in dit geval wel in staat zelfstandig een huishouden te voeren, maar met begeleiding. 4.. De in lid 1 en lid 2 bedoelde instelling stelt een rapportage op waarin een beschrijving wordt gegeven van het doorlopen of door te lopen traject en, voor zover de zorg of nazorg nog voortduurt, waaruit blijkt waaruit de te verlenen zorg of nazorg bestaat. Het bestuursorgaan kent bij zijn beslissing op de aanvraag om urgentieverklaring zwaarwegend gewicht toe aan de rapportage.

Rechtspraak bij dit artikel