**1..** De in de titel van dit artikel bedoelde urgentiegrond doet zich
voor indien:
aanvrager een door een instelling verzorgd traject doorloopt of
heeft doorlopen dat naar het oordeel van het bestuursorgaan in
voldoende mate gericht is op re-integratie in de eigen of nieuwe
sociale omgeving van aanvrager; en,
aanvrager direct voorafgaand aan het traject een aansluitend
woonverleden heeft in een gemeente binnen de regio; en,
er sprake was van zelfstandige woonruimte die door of tijdens de
problematiek die leidde tot het traject verloren is gegaan of
terugkeer naar het laatste (in)woonadres op basis van een
indicatie niet mogelijk is.
**2..** In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder b. kan een
aanvrager met aansluitend woonverleden in een gemeente buiten de
regio ook voor een urgentieverklaring in aanmerking komen
indien:
het door de instelling verzorgde traject binnen de regio
doorlopen is; en,
terugkeer naar de desbetreffende gemeente buiten de regio op
grond van een indicatie niet mogelijk is; en,
aan de overige voorwaarden van lid 1 is voldaan.
**3..** Het in lid 1 en lid 2 bedoelde traject:
is afgerond en er is geen zorg of nazorg nodig. Aanvrager is in
dit geval in staat zelfstandig een huishouden te voeren;
of,
bestaat uit het verlenen van zorg of nazorg. Aanvrager is in dit
geval wel in staat zelfstandig een huishouden te voeren, maar
met begeleiding.
**4..** De in lid 1 en lid 2 bedoelde instelling stelt een rapportage op
waarin een beschrijving wordt gegeven van het doorlopen of door
te lopen traject en, voor zover de zorg of nazorg nog
voortduurt, waaruit blijkt waaruit de te verlenen zorg of nazorg
bestaat. Het bestuursorgaan kent bij zijn beslissing op de
aanvraag om urgentieverklaring zwaarwegend gewicht toe aan de
rapportage.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 12
Doorstroming vanuit opvanginstellingen
Onderdeel van Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2015