1. Als tegenprestatie gelden onbeloonde maatschappelijk nuttige
werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, voor zover die
werkzaamheden:
a. naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
b. niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument;
c. worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
organisatie waarin ze
worden verricht; en
d. niet leiden tot verdringing.
2. Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
beleidsregels vast waarin in ieder geval de duur en omvang van de
tegenprestatie wordt aangegeven en wanneer sprake is van verdringing op
de arbeidsmarkt.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.
Inhoud van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015