Alvorens burgemeester en wethouders een voorstel aan de raad
doen over een onderwerp, zenden zij de voorgenomen inhoud
van dit voorstel met een toelichting daarop en de
inventarisatie, als bedoeld in artikel 7, toe aan alle
schoolbesturen.
De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de
datum en het tijdstip waarop het overleg hierover zal
aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het
voorstel en de datum van het overleg liggen ten minste twee
weken.
De schoolbesturen, welke niet deelnemen aan het overleg,
kunnen voor de datum van dit overleg hun zienswijzen
schriftelijk kenbaar maken aan burgemeester en wethouders.
Burgemeester en wethouders stellen de deelnemers aan dit
overleg hiervan in kennis.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 5.
Uitnodiging
Onderdeel van Overlegverordening lokaal onderwijsbeleid