Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Intrekken van de omgevingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Roermond 2015-2019

1.. Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 3 intrekken indien: de houder van de vergunning niet binnen een jaar nadat die vergunning onherroepelijk is geworden daarvan gebruik heeft gemaakt; die vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren, of de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 6, niet worden nageleefd. 2.. De vergunning kan voorts worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; 3.. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel