**1..** Het college kan een vergunning als bedoeld in artikel 3
intrekken indien:
de houder van de vergunning niet binnen een jaar nadat die
vergunning onherroepelijk is geworden daarvan gebruik heeft
gemaakt;
die vergunning is verleend op grond van door de houder van die
vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of
redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren, of de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 6,
niet worden nageleefd.
**2..** De vergunning kan voorts worden ingetrokken in het geval en onder de
voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
**3..** Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau
bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een
advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Artikel 8.
Intrekken van de omgevingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Roermond 2015-2019