Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:12

Maken, veranderen van een uitweg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2015

1.. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg indien: a.. degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of b.. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. 2.. Van de melding wordt kennis gegeven op de gebruikelijke wijze van bekendmaking. 3.. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg indien: a.. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b.. de functionaliteit van de openbare ruimte op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, ten koste van openbare parkeerplaatsen, lichtmasten, nutsvoorzieningen, containeropstelplaatsen e.d.; c.. de ruimtelijke kwaliteit, waaronder het uiterlijk aanzien van de omgeving op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, ten koste van groenvoorzieningen, bomen e.d.. 4.. De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 5.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaats-werken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening. 6.. In afwijking van art. 2:12 lid 1 is geen melding vereist voor het maken van een uitweg, mits de uitweg wordt aangelegd overeenkomstig de door het college vastgestelde voor dat gebied geldende Inrittenkaart.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel