**1..** Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
**2..** Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de artikelen 2:38A tot en met 2:40M van deze verordening.
**3..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien:
**a..** naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
**b..** de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
**4..** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.