**1..** Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op
grond van de Participatieverordening, die moet worden beëindigd op
grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover
wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Participatieverordening voor
de duur:
van 6 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze
verordening, of
dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als
bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
**2..** Het college kan na afloop van de in het eerste lid, onderdeel a,
bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet.
**3..** De Participatieverordening blijft van toepassing ten aanzien van een
voortgezette voorziening als bedoeld in het eerste lid.