Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet, komen voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking:
woningzoekenden met een inkomen lager dan het maximale huishoudinkomen volgens de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting, art 4, lid 1 onder a, vermeerderd met 10%, een en ander met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de Woningwet;
die meerderjarige zijn en
beschikken over een geldig bewijs van inschrijving, zoals bedoeld in het derde lid van artikel 4.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3.
Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Castricum 2015